Een late namiddag in de uiterwaarden bij de Maas. De ondergaande zon tikt net de Spoorbrug aan bij Hedel. Het gemaaide maisveld ligt er al maandenlang onaangetast bij, wachtend op het voorjaar om opengereten te worden door het staal van de loonwerker met zijn ploeg. De weemoed van de Winter, wachtend op haar einde, hangt in de lucht.
